• Hemodialyse kan de zuiverende werking van de nieren voor 10 tot 15% overnemen.
  • Een pomp leidt het bloed door een kunstnier, die een deel van de afvalstoffen filtert en overtollig vocht en zout uit het bloed haalt. Het dialysetoestel pompt het gezuiverde bloed terug in de bloedbaan. Tijdens de dialyse maken we het bloed minder stolbaar met bloedverdunners.
  • Hemodialyse berust op twee principes:
    • Diffusie: met een spoelvloeistof (dialysaat) zuiveren we het bloed. Als de concentratie afvalstoffen in het bloed hoger is dan in de spoelvloeistof, gaan deze stoffen uit het bloed over een membraan naar de spoelvloeistof. Is de concentratie van een stof in de spoelvloeistof hoger, dan gaat die naar het bloed. De stroomrichtingen van bloed en spoelvloeistof zijn tegengesteld. De spoelvloeistof ververst continu voor een efficiënte werking.
    • Convectie en ultrafiltratie: bij ultrafiltratie onttrekt de kunstnier via een pomp vocht aan het bloed en door de convectie gaan afvalstoffen mee. De gaatjes in de filter zijn zo klein dat er wel afvalstoffen door kunnen, maar bijvoorbeeld geen rode bloedcellen.

Voorbereiding

  • Vooraleer we het bloed door de kunstnier terug naar de bloedbaan kunnen pompen, creëren we een toegang tot de bloedbaan via een fistel of een katheter.
  • Fistel: via een ingreep leggen we een verbinding aan tussen een slagader en een ader. De fistel ontwikkelt in 6 à 10 weken tot een groot en oppervlakkig gelegen bloedvat. Bij elke dialysesessie prikken we deze fistel aan met 2 naalden om het bloed door de kunstnier en terug te pompen. Aan de arm met een fistel mogen geen bloedafnames of infusen worden geprikt!
  • Tijdelijke dialysekatheter:
    • Geplaatst bij dringende hemodialyse
    • Onder lokale verdoving
    • Via een punctie in hals of lies
    • Rechtstreeks verbonden met de grote lichaamsader
    • Mag niet te lang blijven zitten wegens relatief hoog risico op infecties
  • Permanente (getunnelde) dialysekatheter:
    • (Meestal) onder lokale verdoving
    • Loopt gedeeltelijk in een tunnel onder de huid om risico op infecties te verminderen

Verloop

  • Je doorloopt eerst het predialysetraject en start met de hemodialyse als de bloedwaarden verslechteren of het nierfalen te veel klachten geeft zoals:
    • Hoge bloeddruk
    • Jeuk
    • Spierkrampen of -tintelingen en rusteloze benen
    • Verminderde eetlust, veranderd stoelgangspatroon, gewichtsverlies
    • Vermoeidheid en concentratieproblemen
    • Vocht ophouden (gezwollen voeten en kortademigheid)
  • Je start meestal met 3 opeenvolgende dagen dialyse, ambulant of met korte opname in ons dialysecentrum. Naarmate je de dialyse beter verdraagt, neemt de duur van een dialysesessie toe. Zodra je goed bent gestart, krijgt je 3 maal per week dialyse. Dit kan bij ons in Malle of in de CAD in AZ Klina in Brasschaat. Afhankelijk van je voorkeur en de beschikbaarheid kan je kiezen tussen:
    • Maandag-, woensdag- en vrijdagvoormiddag
    • Maandag-, woensdag- en vrijdagnamiddag
    • Dinsdag-, donderdag- en zaterdagvoormiddag
    • Dinsdag-, donderdag- en zaterdagnamiddag (enkel in Malle)
  • Meestal kan je de dialysesessie al lezend, tv-kijkend of slapend doorbrengen.
  • Soms kan je ongemakken ondervinden:
    • Bloeddrukdaling
    • Braakneigingen
    • Duizeligheid
    • Hoofdpijn
    • Krampen
    • Zweten
  • Lees meer in de brochure.