• Je lichaam is tijdens de zwangerschap minder gevoelig voor de werking van insuline. De nood aan insuline neemt toe, maar je lichaam maakt te weinig insuline aan om deze extra nood op te vangen.
  • Hierdoor stijgt je bloedsuikerspiegel en ontstaat zwangerschapsdiabetes. Na de bevalling verdwijnt dit weer.
  • Als je zwangerschapsdiabetes had, heb je een verhoogd risico op diabetes type 2 op latere leeftijd. Tijdige behandeling houdt de diabetes onder controle en is heel belangrijk voor de gezondheid van moeder en kind.

Oorzaken

  • Familiale diabetes
  • Baby’s met hoog geboortegewicht (meer dan 4 kg)
  • Zwangerschapsdiabetes bij eerdere zwangerschap
  • Overgewicht (BMI > 25 kg/m²)

Risico voor de moeder

  • Nood aan keizersnede
  • Problemen bij de bevalling
  • Vroeggeboorte door teveel vruchtwater
  • Hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap
  • Urineweginfecties
  • Kans op diabetes bij een volgende zwangerschap
  • Verhoogd risico met 50% op type 2 diabetes op latere leeftijd

Risico voor het kind

  • Te sterke groei (macrosomie) met gevolgen als:
    • Vroeggeboorte
    • Meer kans op letsel bij de bevalling (bv. schouderontwrichting)
    • Lage bloedsuikerspiegel na de geboorte (hypoglycemie)
  • Verhoogde kans op diabetes op latere leeftijd

Onderzoeken

  • Glucose challenge test: tussen de 24ste en 28ste week van de zwangerschap doen we een bloedafname. Nadien drink je een suikeroplossing en 1 uur later nemen we een tweede keer bloed. Als de bloedsuikerspiegel meer dan 140 mg/dl is, moet je een OGTT laten doen. Je hoeft hiervoor niet nuchter te zijn.
  • Orale glucose tolerantietest (OGTT): we doen eerst een nuchtere bloedafname waarna je een suikeroplossing drinkt. Na 60 en 120 minuten doen we opnieuw een bloedafname. Als deze test verstoord is, spreken we van zwangerschapsdiabetes. We verwijzen je dan door naar het diabetesteam.

Behandeling

  • Lichaamsbeweging verbetert de werking van insuline en houdt zo de bloedsuikerspiegel onder controle. Beweeg minstens 30 minuten per dag (bv. stevige wandeling).
  • De diëtiste stelt samen met jou een voedingsschema op met gezonde en evenwichtige voeding. Neem zo weinig mogelijk snelwerkende suikers zoals:
    • Gesuikerde frisdranken of fruitsappen
    • Gesuikerde melkproducten (pudding, rijstpap, sommige melkdranken, chocolademelk)
    • Gebak, taart, koekjes, chocolade, snoepgoed, honing …
  • De diabetes-educator leert je met een meettoestel zelf je bloedsuikerspiegel te meten. Het aantal metingen hangt af van je behandeling. Noteer je metingen in een diabetesdagboek dat je bij elke raadpleging meebrengt. In functie van je metingen bepalen we de therapie en sturen bij.
  • Bereik je met de aangepaste voeding de streefwaarden niet, starten we met insuline. Je krijgt het benodigde materiaal in het ziekenhuis. We vragen aan je mutualiteit de diabetesconventie op te starten. We streven voor de bloedsuikerspiegel een aantal waarden na:
    • Nuchter: < 95 mg/dl
    • Vóór de maaltijden: < 95 mg/dl
    • 2 uur na de maaltijd: < 120 mg/dl

Nazorg

  • Je mag borstvoeding geven.
  • 12 weken na de bevalling of na de borstvoeding (tot max. 24 weken) plannen we een nieuwe OGTT in.
  • We blijven het lichaamsgewicht de maanden na de bevalling controleren. Terug je oorspronkelijke lichaamsgewicht bekomen verkleint de kans op zwangerschapsdiabetes bij een volgende zwangerschap.
  • Je kan je registreren voor Zoet Zwanger, een project van de Diabetesliga en de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, gesteund door de Vlaamse Overheid. Je krijgt dan jaarlijks een herinnering voor controle van je bloedsuikerspiegel bij je huisarts. Zo kunnen we eventuele type 2 diabetes tijdig opsporen.