• We creëren een kleine maag die in onmiddellijke verbinding staat met de dunne darm.
  • Het voedsel wordt langs daar getransporteerd voor ongeveer 150 cm. Dan pas komen de verteringssappen van de grote restmaag, pancreas en gal erbij en start de vertering.
  • Door de nieuwe kleine maag eet je minder en door de later startende vertering neemt het lichaam niet alle voeding helemaal op. Die combinatie zorgt voor een gezond gewichtsverlies en het behoud van dat nieuwe gewicht.
  • Doordat het voedsel niet meer langs de twaalfvingerige darm passeert, worden bepaalde vitamines niet meer uit het voedsel gehaald. Ook als je veel fruit en groenten eet, zal je levenslang vitaminesupplementen moeten nemen.

Ingreep

  • Onder narcose blaast de chirurg de buikholte op met CO2 en plaatst doorheen de buikwand met 4 kleine sneetjes:
    • De camera
    • Het instrument dat de lever opzij houdt
    • Een werkkanaal voor de linkerhand dat zich iets onder het borstbeen bevindt. Daar komt het onderhuids reservoir te liggen.
    • Een werkkanaal voor de rechterhand dat zich bevindt onder de ribben een handbreed links van de middellijn. Hierlangs brengt de chirurg tijdens de operatie de maagband naar binnen.
  • Als de instrumenten met deze 4 standaardopeningen te kort zijn om de operatie uit te kunnen voeren, plaatsen we 2 extra hoger gelegen werkkanalen. In andere gevallen schakelen we van een kijkoperatie over naar een open operatie.
  • De chirurg maakt eventuele verklevingen als gevolg van vorige operaties of infecties los. Als de dunne darm vlot tot tegen de bovenzijde van de maag te brengen is, kan de geplande gastric bypass doorgaan en wordt de kleine maag met een chirurgisch nietapparaat gecreëerd.
  • Lek- of blauwtest: via een slang die door je mond en slokdarm tot in de maag gaat, spuiten we een blauwe vloeistof in zodat de chirurg tijdens de operatie de maag ziet opzetten en er spanning ontstaat. Als er een lek aanwezig is, is de blauwe vloeistof ook in de buik te zien. Een eventuele lekkage kan gehecht en gesloten worden. Door deze lektekst heb je na de operatie mogelijks blauwe vlekken op je lippen of mond en is je urine donkerder of groener gekleurd de eerste dag na operatie.

Nazorg

Het is belangrijk dat je na de operatie volgende medicatie inneemt:

  • Bloeddrukverlagende medicatie: moet na operatie vaak afgebouwd worden. Regelmatige controle bij huisarts of behandelende specialist is aangewezen.
  • Bloedverdunners: om het risico op trombose (bloedklonters in de grote bloedvaten die tot longembolieën kunnen leiden) te verkleinen, start je de avond voor de operatie met bloedverdunners. Als je goed blijft bewegen, kunnen de spuitjes gestopt worden na ontslag uit het ziekenhuis. Doe dit nooit op eigen initiatief, maar luister naar je arts.
  • Maagbeschermers: twee dagen voor de operatie start je met een maagbeschermer gedurende 6 maanden. Dit voorkomt dat de operatieve constructie met maagzuur in contact komt en dus beter kan genezen en het risico op maagzweren daalt. Doe dit nooit op eigen initiatief, maar luister naar je arts.
  • Ontstekingsremmers: vermijd deze levenslang. Ze tasten de maagslijmvliezen aan en kunnen verzwering of maagperforatie veroorzaken. Enkel als het echt nodig is, kan je deze voor een korte periode innemen in combinatie met goede maagbescherming. Doe dit nooit op eigen initiatief, maar luister naar je arts.
  • Overige medicatie: de meeste overige medicatie kan je in de gebruikelijke dosis verder innemen. In overleg met onze apotheek zoeken we een alternatief voor grote tabletten, die tijdens de vloeibare fase (de eerste 3 weken na operatie) best vermeden worden.
  • Suikerverlagende medicatie: Het gebruikelijke schema passen we in overleg met de endocrinoloog meestal aan wanneer je met het voorbereidend dieet begint. Na de operatie kan meestal hetzelfde schema worden aangehouden. Ook na het ontslag blijft dit een belangrijk opvolgpunt door de huisarts of behandelende specialist. Een afnemend lichaamsvolume, hormonale veranderingen en een gewijzigd aanbod en opname van voedsel, zorgen dat deze medicatie vaak nog verder moet worden afgebouwd. Hoe snel dit gebeurt, is bij iedereen verschillend. Vandaar het belang van een regelmatige controle.
  • Vitamines: vanaf 3 weken na de operatie moet je dagelijks en levenslang een multivitamine-multimineraal preparaat innemen. We controleren of deze supplementen voldoende zijn door het eerste jaar na de operatie 2 keer een bloedcontrole te doen. Nadien gebeurt dit jaarlijks of op indicatie.

Complicaties

Elke operatie kan complicaties veroorzaken. Mogelijke complicaties bij het plaatsen van een gastric bypass zijn:

Contacteer zeker de chirurg:

  • Bij acute en blijvende hevige bovenbuikpijn en braken, zeker als je ook koorts hebt. Dit kan wijzen op een darmafknelling. Contacteer de chirurg telefonisch bij deze symptomen.
  • Als wat je opneemt minder is dan wat eruit komt:
    • Vochtinname minder dan 1 liter per dag: bij onvoldoende vochtinname worden de nieren te weinig gespoeld en kunnen afvalstoffen zich opstapelen. Hiervoor moet je soms tijdelijk aan het infuus, waarna meestal het probleem opgelost is.
    • Voldoende vochtinname, maar heel veel diarree.
    • Matige vochtinname en veel verlies door zweten bij koorts.

Diapresentatie van de gastric bypass operatie:

Diapresentatie schematische werking van de gastric bypass: